Nieuwe Europese Merkenverordening 2017

Lydian Brunsting Actualiteiten

Nieuwe Europese Merkenwetgeving 2017

 

Vanaf 1 oktober 2017 treedt er weer een deel nieuwe Europese Merkenwetgeving in werking in aanvulling op de wijzigingen die eerder al van kracht werden.

Deze nieuwe wetgeving heeft onder andere als doel de verouderde Europese merkenwetgeving te hervormen en deze wetgeving meer op de huidige tijd te laten inspelen. Daarnaast moet deze nieuwe wetgeving het Uniemerken systeem efficienter en consistenter maken.

Wijzigingen

De belangrijkste drie veranderingen die vanaf 1 oktober 2017 van kracht zijn, zijn als volgt samen te vatten:

1. Grafische weergave van een merk niet langer nodig

Vanaf bovengenoemde datum is het niet langer nodig een merk grafisch weer te geven bij indiening van een aanvraag voor een Uniemerkregistratie.

Kort gezegd betekent dit, dat merken op elke andere geschikte manier kunnen worden weergegeven. Wel dient de weergave voldoende duidelijk, nauwkeurig, op zichzelf staand, gemakkelijk toegankelijk, begrijpelijk, duurzaam en objectief te zijn. Uiteraard geldt dit voor zover de algemeen beschikbare technologie dit toe laat.

Het Europese Bureau voor de Intellectuele Eigendom geeft wat dit laatste punt betreft duidelijke richtlijnen voor de meeste voorkomende merken, te weten woordmerken, beeldmerken, driedimensionaal merken, positie merken, patroonmerken, kleurmerken, klankmerken, bewegingsmerken, multimediamerken en hologrammerken.

Zo mogen driedimensionale merken bijvoorbeeld worden weergegeven in jpeg, obj, stl en x3d formaat en bewegingsmerken en multimediamerken in MP4 formaat.

2. EU certificeringsmerk

Per 1 oktober 2017 wordt er ook een nieuw soort merk ingevoerd in de Europese Unie: het Unie-certificeringsmerk.

Het certificeringsmerk bestond voorheen al in verschillende landen bestond. Tot bovengenoemde datum was het echter niet mogelijk een certificeringsmerk op Europees niveau te krijgen.

Een certificeringsmerk geeft aan dat een product of dienst aan specifieke kenmerken voldoet. Deze kenmerken zijn omschreven in een gebruiksreglement.

De houder van het certificeringsmerk controleert of de producten en/of diensten daadwerkelijk voldoen aan deze kenmerken. Deze controle staat lost van de onderneming die de betreffende waren of diensten produceert of verleent. Ook staat deze los van diegene die het certificeringsmerk gebruikt.

De houder van het certificeringsmerk mag dit merk overigens zelf niet gebruiken voor de gecertificeerde waren en diensten.

Tot slot kan een certificeringsmerk niet worden aangevraagd om de gecertificeerde waren of diensten te onderscheiden wat betreft de geografische herkomst.

3. Procedurele wijzigingen

Er worden met de nieuwe Europese Merkenverordening 2017 voorts verschillende procedurele wijzigingen ingevoerd. Deze wijzigingen moeten de communicatie met en bewijsvoering voor het Bureau eenvoudiger en efficienter maken.

Zo wordt het bijvoorbeeld mogelijk om reeds bij indiening van een merkaanvraag een subsidiaire vordering te doen op het verkregen onderscheidend vermogen van een merk. Deze vordering zal vervolgens pas worden behandeld, wanneer het Bureau een negatieve beslissing heeft genomen over het intrinsieke onderscheidend vermogen van het aangevraagde merk.

Ook wordt het toegestaan om in procedures naar door het Bureau erkende online bronnen te verwijzen. Voor bepaalde bewijsstukken zal het bovendien voldoende om dit in elke gewenste officiele EU-taal in te dienen. Een vertaling zal pas nodig zijn, wanneer het Bureau hier expliciet om verzoekt.

Wij verwachten dat deze en vele andere wijzigingen de procedures voor het Bureau een stuk toegankelijker zullen maken.